Rekening houden met elkaar

Opruimen met zorg voor de natuur

Het strand van Terschelling is één van de breedste en langste stranden van Nederland. Hierdoor is het op veel delen nog rustig, zodat vogels kunnen broeden en rusten zonder verstoord te worden. Bij het opruimen van het strand is het van groot belang om hier in bepaalde tijden van het jaar rekening mee te houden.

Stranden zijn op veel plaatsen veel te druk

Strandbroeders

De bontbekplevier, scholekster, dwergstern en noordse stern zijn vogels die op het strand van Terschelling broeden. Het zijn allemaal verschillende soorten vogels, die één ding gemeen hebben: een perfecte camouflage van zichzelf én hun nest. De vogels beginnen vanaf eind maart met het uitzoeken van een geschikte broedplek en kunnen vervolgens meerdere broedsels per seizoen hebben. Tot half augustus is het goed mogelijk om nog steeds nesten en/of jongen te zien op het strand. Dan moet je wel goed kijken, want een jonge bontbekplevier is niet groter dan een pingpongballetje. Bontbekplevieren en scholeksters kan je op het gehele strand tegenkomen, sterns vooral op de Noordsvaarder en het uiteinde van de Boschplaat.

Landelijk gaat het slecht met strandbroedvogel. De stranden zijn op veel plaatsen veel te druk waardoor de vogels verstoord worden of zelfs niet eens beginnen met broeden.

Veel vogels zijn op doortrek

Rustende vogels

In het voor- en najaar zitten vaak grote groepen vogels op het strand. Op de zuidkant van de Noordsvaarder rusten bij hoogwater veel steltlopers, op het strand vind je vooral grote groepen meeuwen en drieteenstrandlopers. Maar ook hier kan je rosse grutto’s, scholeksters en steenlopers tegenkomen.

Veel van deze vogels zijn op doortrek (ook de meeuwen!) en gebruiken het waddengebied als tussenstop op reis naar hun broed- of overwinteringsgebied. Ze rusten niet alleen op het strand, ze doen zich ook tegoed aan aangespoelde schelpdieren of aan de wormpjes en kreeftjes die in het strandzand leven.

Zó houdt je rekening met de (broed)vogels tijdens het opruimen:

  • Loop niet door de afgezette broedgebieden
  • Ruim in de periode 15 maart – 1 augustus alleen op tussen de laagwaterlijn en het begin van de jonge duintjes op het strand
  • Loop niet door de jonge duinen op het strand en laat ook je hond daar niet los (hier broeden de vogels namelijk)
  • Laat pallets en ander hout liggen, de jonge vogels gebruiken dit vaak als schuilplek
  • Zet je afval niet bij een strandpaal in de jonge duinen, maar liever dichter bij het natte deel van het strand
  • Loop om groepen rustende vogels heen. Iedere keer dat ze opvliegen verliezen ze onnodig veel energie.

Pups in november tot en met januari

Zeehonden

Omdat de stranden zo breed zijn heb je een goede kans om zeehonden tegen te komen. Vaak liggen ook zij te rusten. Loop er daarom met een grote boog omheen en houdt de hond aan de lijn. Daarnaast kan je van november tot en met januari pups van de grijze zeehond vinden. Deze hebben een dikke witte vacht en zijn nog volledig afhankelijk van hun moeder. De moeder blijft niet de hele tijd bij de pup, maar gaat op zoek naar voedsel. Ze komt geregeld terug bij het jong om te voeden. Houdt afstand tot de zeehonden en loop gewoon door zodat de moeder rust heeft om het jong te zogen.  Na enkele weken verliezen de pups hun witte vacht en kunnen ze zelf zwemmen.

Zie je een zeehond en maak je je zorgen? Bel bij twijfel met Zeehondencentrum Pieterburen via +31 (0)595- 526 526 (24 uur per dag bereikbaar). De opruimacties die we aanbieden op deze website zijn afgestemd met Staatsbosbeheer.

Tips voor jutters